Skip to content

Gedetailleerde informatie over de Woonrenovatietool

Waar komt de data in de Woonrenovatietool vandaan, en is deze data wel up-to-date?
Welke data zit er allemaal in de Woonrenovatietool
Hoe worden de resultaten in de Woonrenovatietool berekend en kan ik die wel vertrouwen?

Je vindt hier alle informatie over de databronnen, het data model en de achterliggende berekeningsmethodologie die voor de Woonrenovatietool gebruikt worden!

Achterliggende methodiek

De berekeningsmethodes en algoritmes die gebruikt worden in de Digital Twin 'Wijkrenovatietool' toolchain werden door VITO/EnergyVille ontwikkeld. Op deze pagina wordt hierover meer uitleg gegeven.

Inschattingen vanuit de Digital Twin 'Wijkrenovatietool' database

Algemeen
In de Digital Twin database worden de meeste gebouwparameters voor iedere woning afgeschat via een statistisch model van VITO/EnergyVille.
Dit model is getraind op een geanonimiseerde versie van de EPC database daterend uit begin 2022. Via dit model wordt op basis van de beschikbare data over de woning (o.a. bouwjaar, geometrie, locatie, etc.) een statistische inschatting gemaakt over de relevante parameters (U-waardes, type installatie, etc.) van de woning.

Verbruik
Het verbruik van de woning wordt afgeschat op basis van verschillende geaggregeerde databronnen.
Het startpunt hierbij is de Warmetkaart Vlaanderen Warmetkaart Vlaanderen, waaruit het geaggregeerd verbruik op straatsegment niveau wordt gebruikt om het verbruik van gas- en elektriciteit van de woningen in het corresponderende straatsegment af te schatten. De warmtekaart is gebaseerd op Fluvius data uit 2019. Daarom wordt momenteel gewerkt op een eigen update van de warmtekaart, door de warmtekaart data te combineren met Fluvius data over gas- en elektriciteitsverbruik op straatniveau die elk jaar worden gepubliceerd. Het verbruik van andere brandstoffen (stookolie, pellets, hout, etc.) voor ruimteverwarming wordt ook afgeleid uit de warmtekaart door de gerapporteerde warmtevraag te vergelijken met de data omtrent gas- en elektriciteitsverbruik.

De verwarmingsinstallatie wordt steeds afgeleid nadat het verbruik werd toegekend. Bij een woning die bijvoorbeeld geen gas wordt toegewezen zal dan ook geen verwarmingstoestel op gas worden aangenomen.

Hernieuwbare energie
De aanwezigheid en grootte van hernieuwbare energie installaties (zonnepanelen of zonnecollectoren) van een woning wordt afgeschat op basis van de beschikbare data omtrent lokale productie-installaties bij Fluvius.

Residentiële gebouwen
In de Digital Twin-database zijn residentiële gebouwen opgenomen. Dit omvat woningen (open, halfopen en gesloten bebouwing), woningen met een gemengde functie (bijvoorbeeld een onderneming met woonst, met maximaal één VKBO-nummer per adres), en appartementen tot en met 9 bouwlagen.

Integratie van gebruikersinput

Isolatiekwaliteit
In geval de gebruiker bepaalde parameters met betrekking tot de isolatie van een schildeel aanpast worden de inschattingen vanuit de Digital Twin database hiermee overschreven.
Praktisch wordt bij de berekening van het warmteverlies van de woning finaal enkel de U-waarde van de schildelen gebruikt. Indien de gebruiker de isolatiedikte en/of isolatiemateriaal aanpast zal de tool een geüpdatete U-waarde berekenen op basis van de gebruikersinput. Indien de gebruiker zowel de U-waarde als de isolatiedikte en/of het isolatiemateriaal specifieert wordt enkel de U-waarde gebruikt bij de berekening van het warmteverlies.

Technische installaties
De vooraf ingeschatte parameters omtrent de aanwezige technische installaties (verwarming, sanitair warm water, ventilatie en hernieuwbare energie) kunnen door de gebruiker overschreven worden. Voor verwarming en sanitair warm water wordt bij de berekening van de energievraag van de woning finaal enkel het (systeem)rendement gebruikt. In geval de gebruiker de efficiëntie van de technische installatie specifieert zal dan ook rechtstreeks deze parameter worden gebruikt en worden overige parameters (bijvoorbeeld afgiftesysteem, (sub)type opwekker, etc.) niet in rekening gebracht. Indien de efficiëntie van de technische installatie niet wordt ingegeven door de gebruiker wordt deze afgeleid op basis van de beschikbare parameters van het systeem.

Dimensionering van technische installaties

Het is momenteel enkel mogelijk om één technische installatie per type te specifiëren. Indien bijvoorbeeld een tweede installatie als bijverwarming wordt gebruikt kan hier helaas nog geen rekening mee worden gehouden. Ook bij installaties voor hernieuwbare energie is slechts één installatie mogelijk.

Dimensionering van de verwarmingsinstallatie

Het vermogen van de installatie wordt berekend op basis van de standaard NBN EN 12831:2003, waarbij zowel met een basislast door warmteverliezen als een toelage voor onderbroken verwarming (en heropwarming) in rekening wordt gebracht. Het vermogen nodig voor sanitair warm water wordt berekend volgens de standaard NBN EN 15450:2007. Afhankelijk van de aanwezigheid en grootte van een buffervat wordt totale vermogen van gecombineerde installaties (ruimteverwarming én sanitair warm water) berekend als de som of het maximum van het vermogen nodig voor ruimteverwarming en sanitair warm water.

Dimensionering van de hernieuwbare energie installaties

Indien geen parameters gekend zijn die de grootte van de hernieuwbare energie installatie beschrijven (zoals oppervlakte, aantal panelen, capaciteit of totale productie) wordt de grootte van de installatie bepaald op basis van onderstaande factoren.
Zonnepanelen
1. De maximale grootte van de installatie wordt bepaald op basis van de beschikbare dakoppervlakte. Hierin wordt rekening gehouden met 1) de eventuele nodige tussenafstand tussen de panelen, 2) de nodige afstand tot de rand, en 3) de aanwezigheid van o.a. dakramen, schoorstenen en dakkapellen. Voor platte daken wordt daarom als beschikbare dakoppervlakte 40% van de bruto dakoppervlakte aangenomen, en voor hellende daken 80% van de helft van de bruto dakoppervlakte (aangenomen dat de helft van het hellend dak een ongunstige oriëntatie heeft). Indien reeds zonnepanelen of zonnecollectoren op het dak aanwezig zijn wordt de oppervlakte van deze panelen afgetrokken van de beschikbare dakoppervlakte.
2. Verbruik
Standaard wordt de grootte van de installatie bepaald op basis van het elektriciteitsverbruik. Hierin wordt gestreefd naar een installatie die op jaarbasis evenveel produceert als er op jaarbasis elektriciteit wordt verbruikt. De gebruiker kan ervoor kiezen om dit aan te passen en een dekkingsfactor te specifiëren. Deze dekkingsfactor vertegenwoordigt welk percentage van het verbruik op jaarbasis moet geproduceerd worden, en kan indien gewenst ook hoger dan 100% worden gekozen. Standaard is deze dekkingsfactor 100%.
3. Grens particuliere installatie
Standaard wordt de installatie beperkt tot 10 kWp zodat de installatie nog onder een particuliere aansluiting valt. In dat geval is een aansluitstudie niet vereist.
Zonnecollectoren
Het aantal zonnecollectoren (of de totale oppervlakte in m²) wordt bepaald op basis van het aantal bewoners (als indicatie van het sanitair warm water verbruik).
Er wordt hierbij echter ook rekening gehouden met de beschikbare dakoppervlakte, waarbij in geval van een combinatie van zonnepanelen en zonnecollectoren steeds voorrang wordt gegeven aan het plaatsen van de zonnepanelen.

Berekeningen

De berekeningen die gebeuren in de Woonrenovatietool worden gedaan door de berekeningsengine EBECS (EnergyVille Building Energy Calculation Service) van VITO/EnergyVille. Een uitgebreide documentatie van de rekenmethodes in EBECS kan je hier vinden.

De kern van EBECS is gebaseerd op de energiebalans methode, waarbij de energiestromen binnen een gebouw worden gemodelleerd. Als resultaat van deze energiebalansberekeningen wordt de maandelijkse energievraag voor ruimteverwarming gemodelleerd. Naast de warmtevraag worden ook alle overige energiestromen in een gebouw in kaart gebracht, waaronder verbruik door sanitair warm water, apparaten, verlichting, ventilatie etc.

EBECS stelt de gebruiker in staat om zowel een theoretische als een 'gekalibreerde' berekening te maken van de warmte- en energievraag. De theoretische berekening volgt quasi volledig de officiële Vlaamse EPC-methodologie. De gekalibreerde berekening benadert zo goed als mogelijk het werkelijke verbruik. Hiervoor wordt in de gekalibreerde berekening het bewonersgedrag in rekening gebracht en worden grootheden gekenmerkt door veel onzekerheid volgens een meer genuanceerde manier begroot. In vergelijking met EPC zijn in EBECS daarom bijkomende invoerparameters beschikbaar om de bewonerskenmerken en het bezettingsprofiel te beschrijven. Het is hierbij mogelijk om de werkelijke energieverbruikscijfers in te geven, die EBECS gebruikt om de interne kalibratiefactoren te optimaliseren. Als geen verbruiksdata beschikbaar is baseert EBECS zich in de 'gekalibreerde berekening' op standaard verbruiksprofielen.

Energiekosten

De energiekost en de jaarlijkse besparingen op de energiekost zijn gebaseerd op gemiddelde energieprijzen.
Hierbij worden op basis van betrouwbare online bronnen (elektriciteit en gas via VREG, overige brandstoffen via specifieke bronnen) voor een gemiddeld gezin een gemiddelde prijs berekend op basis van cijfers van het laatste kwartaal. De energieprijzen kan je via deze link downloaden. De energieprijzen worden jaarlijks geüpdatet.

Jaarlijkse en CO2-besparingen

De jaarlijkse en CO2 besparingen worden via de 'gekalibreerde berekening' begroot. Het is hierbij aangeraden om het werkelijk verbruik in de tool in te geven. Dit maakt de inschatting van het werkelijk verbruik aanzienlijk nauwkeuriger.

EPC label

Het gerapporteerde EPC label is ook berekend via EBECS. Het resultaat is daarom niet bindend, en kan enkel als indicatie voor het behaalde EPC label worden beschouwd. EBECS is echter in voorgaande onderzoeksprojecten uitvoerig gevalideerd, en geeft met dezelfde input waarden een EPC kengetal dat in de meeste gevallen niet meer dan 5% afwijkt van de officiële EPC software. Merk hierbij wel op dat EBECS momenteel slechts één verwarmingstoestel toelaat, en dus bijverwarming niet kan worden meegenomen. In geval een aanzienlijk deel van de warmtevraag van de woning door een bijkomende verwarmingsinstallatie wordt geleverd kunnen de resultaten sterker afwijken van de officiële EPC software.

Investeringskosten

De berekende investeringskosten zijn gebaseerd op een uitgebreide marktstudie, waarin we verschillende bronnen, zoals de UPA – BUA (Beroepsunie van architecten) , Archindex, Aspen index, ABEX Borderel, aangevuld met up-to-date prijzen van leveranciers en producenten via prijsbrochures en prijzen online. De uitgebreide kostendocumentatie kan je via deze link downloaden.
Het is echter steeds mogelijk om de investeringskosten van de individuele maatregelen te overschrijven door eigen prijzen. Er wordt ook onderzocht of VITO/EnergyVille in kader van dit project toegang kan krijgen tot platformen waar offertes worden verzameld. Op die manier kunnen de eenheidsprijzen met meer praktijkgebonden data geüpdatet of gevalideerd worden.